De brief van het pensioenfonds ligt op tafel, naast de zorgpolis en een rekenmachine die nog uit de la van de keuken komt. Het getal in de brief is hoger dan vorig jaar. Het gevoel onderin de maag klopt daar niet mee, en dat gevoel heeft gelijk.
Het kabinet belooft gepensioneerden voor 2027 een koopkrachtplus van 0,3 procent. Ouderenorganisatie ANBO-PCOB rekende met de definitieve Prinsjesdagcijfers door wat dat voor individuele huishoudens betekent, en komt op iets anders uit: een alleenstaande AOW’er met 30.000 euro bruto pensioeninkomen gaat er 0,5 procent in koopkracht op achteruit. Dat meldt Welingelichte Kringen op basis van die doorrekening.
Van 30.000 naar 31.050 bruto, en toch minder boodschappen
De som is goed te volgen. Het bruto inkomen van die alleenstaande stijgt in 2027 met 3,5 procent, van 30.000 naar 31.050 euro. Na verwerking van de nieuwe belastingcijfers houdt hij netto ongeveer 2,2 procent meer over. Daar gaat de verwachte inflatie van 2,7 procent overheen, en dan blijft er min 0,5 procent over. Je pensioen stijgt, je belasting stijgt harder, en de prijzen stijgen het hardst.
Bij een samenwonend stel met 25.000 en 15.000 euro bruto gaat het dezelfde kant op: ook 3,5 procent erbij, en een berekend koopkrachtverlies van 0,2 procent. Pas boven een bruto stijging van 3,5 procent komt er winst in beeld, en dan alleen voor deelnemers van fondsen die in 2027 daadwerkelijk invaren.
Vier posten die het verschil maken
De aftrekpost zit niet in één grote maatregel maar in vier kleine. ANBO-PCOB zet ze naast elkaar, en ze zijn per huishouden na te rekenen:
- De ouderenkorting daalt van 2.067 naar 1.993 euro per jaar.
- Het tarief in de eerste schijf gaat voor AOW’ers van 17,85 naar 18,33 procent, tot een inkomen van 39.247 euro.
- De zorgpremie stijgt naar verwachting naar gemiddeld 169 euro per maand, 12,50 euro meer dan nu.
- Het verplicht eigen risico gaat van 385 naar 400 euro, een stap die wij eerder dit jaar al uitzochten.
Daar komt een technische ingreep bij die makkelijk over het hoofd wordt gezien: de jaarlijkse inflatiecorrectie op schijfgrenzen en heffingskortingen wordt maar voor 48 procent toegepast. Het kabinet noemt dat de vrijheidsbijdrage, omdat het geld naar defensie gaat. Het effect is dat je inkomen meegroeit met de prijzen, maar de grenzen waarboven je meer belasting betaalt maar half. Dat is precies het mechanisme waarmee een bruto plus netto verdampt.
Het gemiddelde klopt, en juist daarom deugt het niet
Deze redactie vindt de presentatie van dat plusje van 0,3 procent onzuiver. Het cijfer leunt op een gemiddelde stijging van de aanvullende pensioenen van 7,6 procent, en die stijging is alleen haalbaar bij fondsen die in 2027 overgaan naar het nieuwe stelsel, zoals ABP en PME. Wie bij een fonds zit dat later overstapt, ziet er niets van. Wie het alleen van de AOW moet doen, ziet er per definitie niets van. Een gemiddelde dat wordt opgetild door een eenmalige overgang bij een deel van de fondsen, en dan wordt gepresenteerd als koopkrachtbeeld voor alle gepensioneerden, vertelt de helft van het verhaal.
Dat gezegd hebbend: ANBO-PCOB is een belangenorganisatie en rekent één type huishouden door. Wie een klein aanvullend pensioen heeft bij een fonds dat wél invaart, kan er in 2027 juist netjes op vooruitgaan — pensioenadviseur AON becijferde de gemiddelde verhoging bij invaren op zo’n 14 procent bij de twaalf grootste fondsen. Die 14 procent is eenmalig en veel deelnemers kregen hem vorig jaar al. De boodschap “iedereen levert in” is dus net zo scheef als “iedereen gaat erop vooruit”.
Zoek vanavond op welke datum jouw fonds invaart
Eén concrete handeling: kijk op de site van je pensioenfonds wanneer het overgaat naar het nieuwe stelsel, of pak de brief erbij die je daarover kreeg — wij legden eerder uit wat er in zo’n voorlopig transitieoverzicht staat. Staat daar 1 januari 2027, dan is de kans groot dat jouw indexatie fors afwijkt van het rekenvoorbeeld hierboven. Staat er een latere datum, of heb je alleen AOW, dan is min 0,5 procent voor jou het realistische uitgangspunt.
Het volgende ijkpunt is de behandeling van het Belastingplan in de Tweede Kamer dit najaar. Daar wordt duidelijk of die halve inflatiecorrectie blijft staan — en dat ene percentage bepaalt voor deze groep meer dan de hele discussie over indexatie samen. Eerder werd een geplande AOW-ingreep alsnog geschrapt, dus onmogelijk is het niet.
