Direct naar de inhoud
Tekstgrootte:

Bijstand: 45-plus is de grootste groep

Vrouw van in de vijftig aan de keukentafel met een gemeentebrief en laptop, haar volwassen zoon in de deuropening met dezelfde brief

De brief ligt op de keukentafel, tussen de post van de zorgverzekeraar en een folder van de gemeente. Je bent 58, je werkt al twee jaar niet meer, en de vraag die je jezelf elke maandagochtend stelt is of solliciteren nog ergens toe leidt. In de krant van vanochtend gaat het over jongeren.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde vrijdagochtend dat eind juni 413 duizend mensen tot de AOW-leeftijd een algemene bijstandsuitkering kregen. Dat zijn er 4 duizend meer dan een jaar eerder, het twaalfde kwartaal op rij met een stijging. De koppen pakten het stukje eruit dat het hardst groeit: jongeren tot 27 jaar, plus 5,7 procent. Dat klopt. Het is alleen niet waar de meeste mensen zitten.

Wie zit er eigenlijk in die 413 duizend?

CBS splitst de groep in drieën. Mensen van 45 jaar tot de AOW-leeftijd van 67: 229 duizend. De groep van 27 tot 45: 140 duizend. Jongeren onder de 27: 44 duizend. Tel je die op, dan kom je op 413 duizend, en dan zie je meteen de verhouding. Ruim de helft van iedereen in de bijstand is 45-plus. Jongeren zijn er ongeveer een op de tien.

Dat is geen weerlegging van het CBS-bericht, want het bericht zegt niet dat jongeren de grootste groep zijn. Het zegt dat het aantal jongeren het hardst stijgt. Twee verschillende dingen, en de tweede is degene die het nieuws haalt.

Vier duizend erbij, en waar die vandaan komen

Reken de groei per leeftijdsgroep uit en het beeld wordt scherper. Bij jongeren kwamen er volgens de CBS-tabel 2,4 duizend bij, bij 27- tot 45-jarigen 1,2 duizend, bij 45-plussers 0,5 duizend. Samen die vier duizend. Van de aanwas komt dus bijna zestig procent van een groep die maar elf procent van het totaal uitmaakt.

Bij de 45-plussers ging het met 0,2 procent omhoog. Dat is bijna niets. En precies daar zit wat ons stoort aan de manier waarop dit gelezen wordt.

Stabiel op 229 duizend is geen goed nieuws

Een groep die nauwelijks groeit, wordt in de berichtgeving vanzelf een groep waar het goed mee gaat. Maar 229 duizend mensen die al kwartaal na kwartaal op ongeveer hetzelfde getal blijven staan, betekent ook: er gaat er nauwelijks eentje uit. Bij jongeren is er beweging, in twee richtingen. Bij 45-plus staat de teller stil, en stilstand op dit niveau is geen rust maar vastzitten.

Er is nog een detail in het CBS-bericht dat dit onderstreept. In het eerste kwartaal van 2026 stroomden 23,5 duizend mensen de bijstand in en 18,5 duizend eruit. Mensen die de bijstand verlaten omdat ze de AOW-leeftijd bereiken, tellen daar niet in mee: dat waren er in dat kwartaal 1,7 duizend. Die groep verliet de bijstand niet omdat er werk kwam, maar omdat ze 67 werden. Het CBS is daar netjes over en zet het er gewoon bij. In de samenvattingen die je daarna leest, verdwijnt het.

Vijf komma zeven procent laat zich niet wegpoetsen

Wie deze kant kiest, moet ook het ongemakkelijke stuk noemen. De stijging bij jongeren is geen ruis. Hij loopt al veertien kwartalen op rij, en sinds eind 2022 is het aantal jongeren in de bijstand met 27 procent toegenomen. Eind 2023 was de groei zelfs 9,2 procent, daarna zwakte hij af tot 4,1 procent en nu kruipt hij weer omhoog. Dat is een trend, geen uitschieter, en het is terecht dat er aandacht naartoe gaat.

Het punt is niet dat die aandacht weg moet. Het is dat 229 duizend mensen jaar in jaar uit uit beeld blijven omdat hun cijfer niet beweegt.

Zoek je eigen gemeente op in de StatLine-tabel

Onder het CBS-bericht staat de bron waar de cijfers uit komen: de StatLine-tabel met uitkeringsontvangers per regio. Daar kun je je eigen gemeente opzoeken en zien hoe de leeftijdsopbouw daar ligt. Dat kost vijf minuten en het is een stuk bruikbaarder dan het landelijke gemiddelde, zeker als je met de gemeente in gesprek bent over een traject of een vrijstelling. Bij de cijfers over je koopkracht werkt dat net zo: wij schreven eerder over de koopkrachtmonitor die liet zien welke aankopen mensen uitstellen en over wat de pensioenverhoging van 2027 concreet oplevert.

De instroomreeks staat op veertien kwartalen

De in- en uitstroomcijfers over het tweede kwartaal zijn er nog niet. Zodra ze verschijnen, is er één getal dat telt: blijft de instroom groter dan de uitstroom, dan is dat het vijftiende kwartaal op rij. Breekt die reeks, dan gebeurt er voor het eerst sinds 2022 iets anders. En let dan op de uitsplitsing naar leeftijd, niet op het totaal, want daar zit het verschil tussen een groep die beweegt en een groep die blijft staan. Ook het verdwijnen van de seniorenkorting in het ov raakt precies die mensen die het minst te verdelen hebben.

Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen