Direct naar de inhoud
Tekstgrootte:

Pensioen 2027: kabinet rekent op 7,6%

Oudere vrouw met leesbril leest een brief aan de eettafel, met een geopende envelop en een kop koffie ernaast

Update 16 september 2026. De 0,5 procent uit dit stuk is achterhaald. Het kabinet verwacht dat de aanvullende pensioenen in 2027 gemiddeld 7,6 procent stijgen, meldt vakblad Pensioen Pro op basis van de Prinsjesdagcijfers. Gepensioneerden zijn daardoor de enige groep die er volgend jaar in koopkracht op vooruitgaat, met 0,3 procent, terwijl de koopkracht van een gemiddeld huishouden volgens het kabinet met 0,1 procent daalt. Let wel op wat je met dat percentage vergelijkt: de 0,5 en 0,6 procent hieronder waren de indexatie die drie fondsen in augustus noemden, het kabinetsgemiddelde van 7,6 procent telt ook de eenmalige verhogingen mee die deelnemers krijgen bij de overgang naar het nieuwe stelsel. Het CPB wees daar in augustus al op: gepensioneerden zijn de uitschieters in de koopkrachtplaatjes dankzij het nieuwe pensioenstelsel, omdat uitkeringen die jarenlang niet voor inflatie werden gecorrigeerd nu wel worden bijgesteld. Jouw fonds kan dus flink boven of ver onder die 7,6 procent uitkomen, afhankelijk van of en wanneer het invaart. De rekensommen hieronder zijn daarop aangepast.

Wat dat voor je portemonnee betekent: bij een bruto aanvullend pensioen van 1.500 euro per maand is 7,6 procent 114 euro bruto per maand, oftewel 1.368 euro per jaar. Dat is een heel ander bedrag dan de 90 euro waarmee dit stuk in augustus rekende. Maar het geldt alleen als jouw fonds in 2027 invaart en die eenmalige verhoging doorgeeft. Vaart je fonds later in, dan blijft de gewone indexatie over en is de rekensom hieronder nog steeds de jouwe. In de brief van november staat welk van de twee voor jou geldt, en dat is precies het getal waar je op moet letten.

Drie grote pensioenfondsen houden rekening met een kleine verhoging in 2027. Bij Metaal en Techniek gaat het om ongeveer 0,5 procent, bij Zorg en Welzijn en bij Bouw om afgerond 0,6 procent. Dat blijkt uit de kwartaalcijfers die de NOS naast elkaar legde. Voordat je opgelucht ademhaalt: reken het eerst even om.

Zeven komma zes procent gemiddeld, maar niet voor iedereen

Reken beide scenario’s uit, want het verschil is groot. Bij een bruto aanvullend pensioen van €1.500 per maand levert het kabinetsgemiddelde van 7,6 procent €114 bruto per maand op, oftewel €1.368 per jaar. Krijg je alleen de reguliere indexatie die de fondsen in augustus noemden, dan is het bij 0,5 procent €7,50 per maand en €90 per jaar, en bij 0,6 procent €9 per maand en €108 per jaar. Bij €800 pensioen gaat het om €4 per maand in het lage scenario en ruim €60 in het hoge.

Zet daar de prijzen naast. Het Centraal Planbureau raamt de inflatie voor 2027 op 2,8 procent. Een verhoging van een half procent tegenover bijna drie procent prijsstijging betekent dat je er in wat je ervoor koopt op achteruitgaat, ook al staat er straks een hoger bedrag op je overzicht. Kom je wél in de buurt van die 7,6 procent, dan ga je er juist echt op vooruit, en dat is precies waarom gepensioneerden in de koopkrachtplaatjes van het kabinet als enige groep in de plus staan. De AOW volgt een eigen route en beweegt mee met het minimumloon, dus dat deel van je inkomen loopt anders.

Dat is geen reden om somber te doen, wel om het verhaal zuiver te houden. Een verhoging is beter dan een verlaging, en die verlaging lijkt er niet te komen: de drie fondsen zeggen genoeg buffer te hebben om een nieuwe beursklap op te vangen.

Waar het rendement vandaan komt

Voor deelnemers die al pensioen ontvangen lag het rendement in het tweede kwartaal tussen 4,2 en 5,7 procent. Dat kwam vooral van de aandelenmarkt, en daarbinnen van het enthousiasme rond kunstmatige intelligentie. De onrust rond de oorlog in het Midden-Oosten is bovendien wat geluwd; in het eerste kwartaal drukte die de cijfers nog zo hard dat werd gehint op géén verhoging.

Let op dat verschil tussen 4,2 procent rendement en 0,5 procent verhoging. Dat is geen rekenfout. In het nieuwe stelsel heeft elke deelnemer een eigen pensioenpot, en fondsen spreiden mee- en tegenvallers over meerdere jaren en over groepen deelnemers. Voor wie al met pensioen is wordt voorzichtiger belegd dan voor iemand van veertig. Een goed kwartaal slaat dus maar voor een deel neer in de maanduitkering.

30 september is de datum die telt

De genoemde percentages zijn indicaties, meer niet. Bepalend is de stand op 30 september. Alles wat de fondsen tussen nu en die datum verdienen of verliezen, telt nog mee, en aandelenkoersen kunnen in zes weken flink bewegen. In november horen deelnemers wat het voor hun pensioen in 2027 betekent.

Wat je zelf kunt doen is beperkt, en dat is eerlijker dan doen alsof er een knop is. Wacht de brief in november af, en controleer dan of het percentage in die brief hetzelfde is als wat je fonds nu noemt. Wijkt het af, dan staat de reden er meestal onder.

Het grotere plaatje

Een verhoging van €90 per jaar valt in het niet bij wat er aan de uitgavenkant gebeurt, en of die verhoging bij jou €90 of €1.368 is, weet je pas in november. Eerder dit jaar bleek uit de AOW Koopkrachtmonitor dat zeven op de tien AOW’ers aankopen uitstelt. En wie veel met de trein gaat, ziet daar een vaste post oplopen nu de seniorenkorting in het ov verdwijnt.

Die twee bedragen samen zijn groter dan de verhoging die er misschien aankomt. Dat is de rekensom die telt, niet het percentage in het persbericht.

Bijgewerkt op 16 september 2026 met de Prinsjesdagcijfers: het kabinet verwacht gemiddeld 7,6 procent stijging van de aanvullende pensioenen in 2027. De kop, de rekensommen en de vooruitblik zijn daarop aangepast.

Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen