Een logeerweekend met kleinkinderen loopt vaak op hetzelfde punt vast: de zaterdagmiddag. De ochtend is gevuld met pannenkoeken en de zondag met naar huis brengen, maar tussen twee en vijf uur zit je met twee kinderen die alles al gezien hebben en een tablet die je liever niet tevoorschijn haalt.
Het probleem is niet de leeftijd, het is het tempo
Grootouders die dit vaker meemaken zeggen bijna allemaal hetzelfde: thuis draait het kind op een schema dat u niet kent. School, sport, muziekles, en daartussen korte prikkels op een scherm. Bij u ligt dat tempo lager, en dat is precies wat u te bieden heeft. Maar het duurt een uur of twee voordat een kind daarin meegaat, en dat eerste uur voelt als falen.
Dat is het niet. Het is de overgang. Wie dat weet, plant de zaterdagmiddag anders in: niet met een uitje waar iedereen naartoe moet, maar met iets wat aan de keukentafel kan beginnen en waar een kind zelf uit kan stappen zodra het genoeg is.
Wat de moeite waard blijkt
Uit de reacties die we op dit soort stukken krijgen komt telkens dezelfde korte lijst terug:
- Koken waarbij het kind een eigen taak heeft, niet alleen mag roeren. Aardappels schillen mag eerder dan de meeste ouders denken.
- Een oud fotoalbum openslaan en vertellen wie er op staat. Kinderen van zes tot tien zijn daar veel langer mee bezig dan u verwacht.
- Buiten iets zoeken met een doel: kastanjes, een bepaalde vogel, de nummers van huizen in een straat.
- Tekenen en kleuren, mits het onderwerp iets is waar het kind op dat moment mee bezig is.
Dat laatste is de kneep. Een willekeurige kleurplaat met een prinses erop werkt zelden. Een plaat die aansluit bij wat er die week speelt werkt bijna altijd. In een zomer met een groot toernooi zijn dat de oranje kleurplaten voor de kleinkinderen die u vijf minuten van tevoren uitprint: leeuwen, vlaggen, tenues. Het kind is er een half uur mee zoet en u zit ernaast met de krant.
Waarom die keukentafel meer doet dan een dagje uit
Een dagje uit kost geld, reistijd en onderhandeling over wie waar naartoe wil. Het levert bovendien zelden een gesprek op, want in een pretpark praat u drie zinnen per uur. Aan tafel praat u vanzelf, juist omdat de handen bezig zijn en niemand elkaar hoeft aan te kijken.
Dat is geen sentimentele redenering. Kinderen vertellen makkelijker over school, ruzies en zorgen als er iets tussen zit waar ze mee bezig zijn. Ouders krijgen dat op een doordeweekse avond zelden voor elkaar, omdat daar altijd haast bij zit. U heeft die haast niet. Dat is de reden dat kleinkinderen bij grootouders dingen vertellen die thuis niet ter sprake komen.
Twee praktische dingen
Leg materiaal klaar voordat ze binnenkomen. Wie tijdens het bezoek nog moet zoeken naar potloden of de printer moet aanzetten, is het moment kwijt. Een lade of een doos die alleen voor de kleinkinderen is, met potloden, papier, lijm en een schaar, scheelt elke keer een kwartier gedoe.
Stem het ook af met de ouders, maar niet te veel. Wie vooraf vraagt wat het kind leuk vindt, krijgt het antwoord van de ouder en niet van het kind. Vraag liever aan het kind zelf, op het moment dat het binnenkomt, waar het die week mee bezig is. Dat kan een sportclub zijn, een boek, een dier of iets wat op school gebeurde. Daar hangt u de middag aan op, en dan hoeft u niets te bedenken.
En houd het aantal opties klein. Drie mogelijkheden op tafel werkt beter dan een kast vol. Kinderen die te veel keuze krijgen kiezen niets en gaan om het scherm vragen. Dat geldt trouwens ook voor volwassenen, alleen vragen wij dan om de afstandsbediening.
De middagen die kleinkinderen zich later herinneren zijn zelden de dure. Het zijn de middagen waarop iemand de tijd had. Dat is het enige wat u hoeft te organiseren.