Direct naar de inhoud
Tekstgrootte:

Rechter stopt na 35 jaar: het gesprek telt

Oudere vrouwelijke rechter vouwt na haar laatste zitting haar toga over een stoelleuning en kijkt om naar de lege zaal, een griffier stapelt op de achtergrond dossiers

De zaal is leeg en het licht valt schuin door de hoge ramen naar binnen. Een vrouw van 67 vouwt haar toga over de rugleuning van een stoel en kijkt nog één keer naar de bank waar vijfendertig jaar lang iemand zat die niet wist wat hem te wachten stond. Een griffier stapelt op de achtergrond mappen. Dan is het klaar.

Tineke van de Grampel nam deze week afscheid als strafrechter in Rotterdam. In een afscheidsinterview met Rijnmond blikt ze terug op 35 jaar in dezelfde stad, en op haar laatste grote dossier: de zaak tegen advocaat Inez Weski.

Het gesprek is het werk, niet het vonnis

Waar het interview steeds op terugkomt is niet de straf maar de zitting. “We hebben een dossier, dat moet je op je duimpje kennen. Maar dan wil ik weten van de verdachte: wie ben jij? Wat voor mens zit hier achter? Dat krijgt pas kleur op de zitting.” Ze noemt de term zittende magistratuur misleidend: een rechter zit volgens haar niet te wachten tot er een dossier langskomt om er een klap op te geven.

Dat is ook waarom de zaak-Weski haar dwarszit, ondanks dat ze achter elke beslissing zegt te staan. Weski zweeg. “Ik wist het wel hoor: ze zal nooit één woord verklaren. Ik kende haar als een goede, integere advocaat, maar hier stond de persoon Weski terecht en die kennen we niet. Daar wil je het gesprek mee aangaan en dat is niet gebeurd. Dat beschouw ik als een groot gemis.” Veroordelen vond ze uiteindelijk niet moeilijk; het uitblijvende gesprek wel.

Zeventig procent, en waarom dat getal een waarschuwing is

Eén cijfer uit dat interview verdient een aparte behandeling, want het wordt makkelijk verkeerd doorverteld. Van de Grampel zegt dat een groot deel van de verdachten een stoornis of psychische problemen heeft, en noemt daarbij: “70 procent heeft een laag IQ.”

Dat is de ervaringsschatting van een rechter over de mensen die vóór háár zijn verschenen, in Rotterdam, in strafzaken. Het is geen landelijk onderzoekscijfer en het gaat niet over verdachten in het algemeen. Wat het wél zegt, en dat is precies waarvoor ze het gebruikt, is dit: “Dan moet je niet met dure termen gaan smijten, want dan sta je met 1-0 achter.” Het is een instructie over taal, geen statistiek over Nederland.

Voor lezers van deze site is dat een herkenbaar punt buiten de rechtszaal. Wie zich weleens heeft afgevraagd waarom een brief van een instantie onleesbaar is, of waarom een valse erfenisbrief juist werkt bij mensen die het formele taalgebruik niet doorzien: dit is dezelfde kloof, alleen dan met een toga erbij.

Vijfendertig jaar in dezelfde rechtbank kweekt ook blinde vlekken

En dan het lastige deel voor iedereen die dit interview met warme gevoelens leest, wij inbegrepen. Van de Grampel is 35 jaar rechter geweest in dezelfde stad, wist na één wandeling over Rotterdam CS in 1989 dat ze daar nooit meer weg zou gaan, en zegt in het interview onomwonden welke zaken haar niet interesseren: “Fraude, drugszaken, dat vind ik niet zo interessant.”

Die eerlijkheid siert haar en is tegelijk het argument tegen haar eigen lofzang. Een rechter die vijfendertig jaar in dezelfde rechtbank met dezelfde officieren en dezelfde advocaten werkt, bouwt vertrouwdheid op — en vertrouwdheid is het materiaal waaruit blinde vlekken worden gemaakt. Iemand die openlijk zegt een hele categorie zaken niet boeiend te vinden, zegt daarmee ook iets over hoe de aandacht in zo’n zaak verdeeld wordt. Dat pleit niet tegen haar persoonlijk, maar wel voor roulatie als systeemeis, en dat is precies wat een afscheidsinterview nooit vraagt.

Ze noemt zelf ook een grens waarop ze zou zijn gestopt: “Als er minimumstraffen waren gekomen, had ik mijn toga aan de wilgen gehangen.” Dat standpunt staat in het interview niet los. Ze onderbouwt het met de zaak tegen Gerson F. uit 2019, waarin de rechtbank een jeugddetentie plus jeugd-tbs oplegde omdat alle deskundigen zeiden dat de jongen daar baat bij zou hebben — en het OM hem vervolgens nergens geplaatst kreeg, waarna in hoger beroep bleek dat alle stoornissen erger waren geworden. “Dan denk ik: had nou maar naar ons geluisterd.” Dat is haar argument tegen vaste minima: de straf die op papier staat is niet de straf die wordt uitgevoerd. Dat is een principiële uitspraak van iemand die vindt dat de zitting het werk is. Wie die redenering volgt, moet ook accepteren dat de rechter dan veel ruimte houdt — en dat die ruimte per rechter anders wordt ingevuld.

In haar hele carrière zag ze één politicus in de zaal

Van de Grampel doet zelf de uitnodiging die dit stuk had willen doen. “Tegen politici zeg ik: kom maar eens kijken in de rechtszaal. In mijn hele carrière heb ik maar één politicus gezien.” Dat is een rechter die vijfendertig jaar op de zitting zat en één keer iemand zag die over het strafrecht besluit.

Die uitnodiging geldt niet alleen voor politici. Strafzittingen zijn in beginsel openbaar, en de rechtbanken publiceren hun zittingsagenda’s; hoe dat precies werkt en wanneer een zaak achter gesloten deuren gaat, verschilt per rechtbank en per zaak, dus kijk het na bij de rechtbank bij u in de buurt. Kies een gewone zittingsdag, geen mediazaak.

Wat er dan gebeurt, is precies wat Van de Grampel beschrijft: het grootste deel van de tijd gaat niet over het bewijs maar over de vraag wie daar zit. Voor wie het rechtssysteem alleen uit het nieuws kent, verandert één middag op die tribune meer dan tien artikelen. Dat geldt ook als u niets van juridische taal weet — dat is nu juist het punt dat zij maakt.

Wie neemt de Rotterdamse aanpak van huiselijk geweld over

Van de Grampel wijst in het interview op iets wat groter is dan haar eigen loopbaan: Rotterdam heeft als eerste een gespecialiseerde officier van justitie voor huiselijk geweld, en rechtbank, OM, Veilig Thuis en hulporganisatie Filomena zitten er structureel om tafel. Volgens haar volgt de rest van Nederland nu. Dat is toetsbaar. Verschijnt zo’n gespecialiseerde officier de komende jaren ook in andere arrondissementen, dan was dit meer dan een lokaal experiment. Blijft het bij Rotterdam, dan blijft het bij het woord van één rechtbank — en bij een afscheidsinterview waarin het mooi klonk.

Stel je vraag Reactie meestal op werkdagen